Word deelnemer

Rijksvastgoedbedrijf zet hoge duurzame standaard via STABU

Een opdrachtnemer die voor ons wil werken, moet aan minimale duurzame en circulaire eisen kunnen voldoen, vertelt Sander de Iongh, senior adviseur maatschappelijk verantwoord inkopen bij het Rijksvastgoedbedrijf. De Iongh benadrukt het belang van standaarden en afspraken om alle duurzame ambities te realiseren.

 “Wij willen graag samen met marktpartijen de beweging naar een duurzame bouwsector versnellen,” zegt De Iongh, die zich als één van de 200 collega’s bij het Rijksvastgoedbedrijf bezigt met contractmanagement. “Ons motto is ‘we bouwen duurzaam of we bouwen niet’. Maar wanneer is iets echt duurzaam? We horen graag terug vanuit de markt of we op de juiste duurzame en circulaire indicatoren uitvragen. De inhoud van modelcontracten als STABU proberen we aan de hand van de feedback voortdurend te verbeteren.”

Eisen voor Schoon en Emissieloos Bouwen

Recent heeft het Rijksvastgoedbedrijf een nieuw referentiebestek op basis van STABU gepubliceerd met daarin aanvullingen vanuit de Routekaart Duurzaamheid. Het betreft vooral aanvullingen voor Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) en circulariteit. “Een grote groep marktpartijen, opdrachtgevers, gemeenten, provincies, brancheorganisaties is betrokken bij de ontwikkeling van de Routekaart Duurzaamheid. De routekaart toont op welke eisen we gaan sturen en geeft de richting aan naar 2030. Elk jaar worden onze eisen strenger. We hanteren nu bij alle opdrachten een set aan minimum eisen voor duurzaam bouwen. Die eisen zijn continu in ontwikkeling, op basis van onze doelstellingen, nieuwe wet- en regelgeving en de feedback die we krijgen vanuit de markt. Bij Schoon en Emissieloos Bouwen gaat het erom NOx-emissies op de bouwplaats te reduceren. Voor veel van onze projecten kan het beperken van stikstofuitstoot een voorwaarde zijn om überhaupt te mogen bouwen.”

Onze opdrachtnemers moeten aan minimale eisen voldoen

“Binnen het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen kan een marktpartij zich committeren aan verschillende ambitieniveaus. Als Rijksvastgoedbedrijf committeren we ons aan het koploperniveau, het hoogste ambitieniveau. In de praktijk betekent dit in 2026 bij minimaal 30 procent van het project zero NOx-emissie. Dit geldt voor al onze projecten en deze eis is ook opgenomen in STABU. Een opdrachtnemer die voor ons wil werken, moet aan dat minimale niveau kunnen voldoen.”

In STABU zijn onze eisen verankerd

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft in het op STABU gebaseerde referentiebestek verder een keuzetekst opgenomen over het materialenpaspoort van gebouwen. “In de toekomst willen we aan gebouwen digitale labels plakken met daarin data over de toegepaste materialen en de staat en levensduur ervan. Zo maken we samen met marktpartijen circulariteit beter uitvoerbaar en gemakkelijker. We willen het onze projectteams zo makkelijk mogelijk maken. Dan is het fijn een goede contractstandaard op basis van STABU te hebben waarin al onze eisen voor een bouwwerk verankerd zijn. Het bespaart een ontwerpende of uitvoerende partij tijd wanneer we onze eisen zo duidelijk vastleggen. STABU is vooral belangrijk voor ons bij opdrachten tot ongeveer 10 miljoen euro. Voor veel grotere projecten maken we een afweging gemaakt tussen een traditionele uitvraag met een STABU contract of een geïntegreerde aanpak met UAV-GC voorwaarden.”

De juiste data voor onderhoudsplanningen en duurzaamheidsrapportages

Voor het Rijksvastgoedbedrijf is het belangrijk over de juiste kwantitatieve data voor de beheerde gebouwen te kunnen beschikken. “Die data hebben we nodig voor onderhoudsplanningen, maar ook voor duurzaamheidrapportages. Wij kijken dan ook altijd hoe we het verzamelen van die data voor iedereen zo makkelijk mogelijk kunnen maken. We haken graag aan op breed door de markt gebruikte standaarden, vooral wanneer opdrachtnemers daar al mee werken. Een belangrijke doelstelling van ons is om de administratieve last voor marktpartijen zoveel mogelijk te beperken. In de keuzetekst in STABU hebben we nu een opmerking staan over ontwikkelingen rondom het materialenpaspoort. We werken daarvoor via een externe partij met een dataplatform dat voor ons belangrijke informatie opslaat. Tegelijkertijd houden we in de gaten hoe dit zich verhoudt tot de ontwikkelingen bij Ketenstandaard met het Digitaal Productpaspoort Sjabloon (DPpS). Zoals gezegd sluiten we graag aan op ontwikkelingen in de markt die het voor iedereen makkelijker maken.”

Marktpartijen willen hun eigen kennis en ervaring kunnen inzetten

Vanuit de inkoopstrategie heeft het Rijksvastgoedbedrijf een driedeling gemaakt voor duurzaam bouwen. Het basis niveau is dat er minimaal vijftig procent hergebruikt of biobased materiaal wordt gebruikt voor de binnen omgeving van een bouwwerk. De categorie erboven, dit beslaat ongeveer twintig procent van onze opdrachten, moet opdrachtnemers via gunningscriteria prikkelen om boven de minimale eisen uit te stijgen. “We merken dat marktpartijen het prettig vinden als zij hun eigen kennis en ervaring kunnen inzetten en dat ze op andere dingen worden afgerekend dan alleen prijs. Bij de gunning voor het renovatieproject Maastoren Rotterdam waren we aangenaam verrast dat de winnende inschrijver een percentage ging realiseren van negentig procent hergebruikt en biobased materiaal. De opdrachtnemer gaf zelfs aan dat ze alleen hadden ingeschreven vanwege het circulaire gunningscriterium. Als we het project alleen op basis van prijs in de markt hadden gezet, hadden ze niet ingeschreven.”

Leren van de koploper projecten

“Dan hebben we natuurlijk nog onze koploper projecten. Die zijn vaak wat kleiner, met meer ruimte om te experimenteren. Een mooi voorbeeld is het Kantoor vol Afval. We zijn volgens onze eigen strenge technische standaard de uitvraag gaan doen, met een zo groot mogelijk percentage hergebruikt materiaal. Interessant is dat we hierbij gegund hebben op het proces van hoe een opdrachtnemer gaat zorgen voor een zo hoog mogelijk percentage hergebruik. Hoe zoeken ze naar gebruikte materialen? Hoe gaan ze zorgen dat die binnen onze technische standaarden passen? Welke afwegingen maken ze tijdens het proces? De aanpak heeft ons veel geleerd en we delen onze lessen via de website van het Rijksvastgoedbedrijf. We hebben bijvoorbeeld laten doorrekenen wat de CO2 winst is geweest. En wat de kosten waren ten opzichte van traditioneel bouwen.”

Zoveel mogelijk onderscheiden via gunningscriteria

“Koploperprojecten zijn maatwerk. Bij het Kantoor vol Afval was de uitvraag op basis van een geïntegreerd contract. Wat betreft de omvang van het project was een contract op basis van STABU logischer geweest. Het voordeel is dat je dan minder administratieve lasten hebt. Een risico bij zo’n contract is dat het voor een aannemer lastig is om dan via de gunningscriteria onderscheidend te kunnen zijn in de oplossing. Marktpartijen vinden het prettig zelf de materiaalkeuzes te kunnen maken. Daarom streven we er bij al onze traditionele opdrachten naar zoveel mogelijk functioneel te specificeren. De Ketenstandaard Integrale Specificatie (KIS) Systematiek klinkt als een oplossing die ons hier goed bij kan helpen!”